Frisse wind door politieteam

 

Interview met de teamchef voor Wijk 5 van Politie Regio IJsselland.

Verschenen in Wijkaanpakkrant.


Willem Eekhuis: teamchef met een visie

 

Hij is 45 jaar, trotse vader van twee puberdochters, werkt sinds 1982 in Deventer bij de politie en is sinds november 2004 teamchef bij het korps Politie Regio IJsselland. Zijn werkgebied beslaat heel Wijk 5, een deel Diepenveen/Schalkhaar en Bathmen en omstreken. Als teamchef is hij eindverantwoordelijk voor het gehele team dat in deze regio werkzaam is. Een gesprek met Willem Eekhuis over politiezaken in Wijk 5.

Wat is uw visie op het politiewerk in uw regio?
Eekhuis: ‘Die visie is helder: de politie moet terug naar haar kerntaken. In de 80’er en 90’er jaren waren we met van alles bezig, maar niet met kerntaken. Belangrijke zaken allemaal – denk bijvoorbeeld aan preventie – maar taken die niet per definitie bij de politie hoeven te liggen. Het is met de capaciteit bij de politie net als met geld: aan het eind van de week kom ik altijd tijd – en dus mensen – te kort. En als capaciteit schaars is moet je daar zorgvuldig mee omgaan. En keuzes maken. Politieagenten die meekijken bij het verkeersexamen zullen we volgend jaar dan ook niet meer zien in de wijk. Dat werk kan uitstekend gedaan worden door de stadswachten. Daarvoor hoeft geen beroep te worden gedaan op de schaarse politiecapaciteit.
Ook de organisatie van de wijkagenten in het gebied kan bedrijfseconomisch een stuk efficiënter. Het aantal wijkagenten is dan ook flink teruggebracht.’

Maar is de wijkagent dan nog wel beschikbaar voor de bewoners in de wijk?
‘Nou en of! Ik heb dan wel  minder wijkagenten in mijn team, maar ze worden wel heel goed getraind in hun vak. Als blijkt dat een wijkagent te weinig tijd heeft voor het goed uitoefenen van zijn functie dan ga ik zorgen dat er meer tijd komt. Wijkagenten zijn de ogen en oren van de wijk, die zijn heel belangrijk.’

Wat zijn de speerpunten in Wijk 5 voor de politie?
‘Wijk 5 kent relatief weinig inbraken, fietsendiefstallen en autokraken. Maar wel veel overlast van jongeren. Dat is niet zo gek; het overgrote deel van de jongeren van Deventer woont in Wijk 5. Daar moeten we dus mee aan de slag. We zijn goed op weg. Op schoolpleinen staan artikel 461-borden, zodat we jongeren die daar voor overlast zorgen daadwerkelijk kunnen weren van de pleinen.
Alle fietspaden in Wijk 5 zijn voorzien van borden; brommers en scooters zijn er niet toegestaan en dat gaan we handhaven.
De pilot van vorig jaar op grond waarvan we scooters in beslag konden nemen heeft een vaste structuur gekregen. Ook de scooteroverlast op de Flora en het Andriessenplein pakken we aan. Een speciaal Team Subjectieve Verkeersveiligheid (TSV) komt daarvoor uit Zwolle. Dat team controleert al op De Brink en rijdt dan door naar Wijk 5.’

Mensen klagen over de afhandeling van meldingen. Wat gaat u daar aan doen?
‘Ik realiseer me dat mensen die overlast melden niet altijd tevreden zijn over de afhandeling van de meldingen, maar we kunnen nu eenmaal niet altijd meteen komen. Soms is er simpelweg een melding met een hogere prioriteit. Daar moeten we meteen naar toe, dat kan geen uitstel lijden. Belangrijk is in zo’n geval dat we de melder terugbellen en uitleggen dat er een goede reden was om niet meteen te komen. Ik houd dat goed in de gaten, iedereen die een melding heeft gedaan wordt teruggebeld. En als dat niet gebeurt, dan mag je me daar op aanspreken!’

U vindt dus dat bewoners altijd de politie moeten bellen als ze iets signaleren in de wijk dat niet in de haak is?
Fel: ‘Ja natuurlijk! Het stoort me heel erg dat mensen dingen zien gebeuren en denken: “Ach de politie heeft geen tijd, die komt toch niet”. Dat is een misplaatste opvatting. We proberen absoluut om wel te komen. We hebben die meldingen nodig. Want als we niet weten dat er iets gebeurt, dan lopen we verdachten mis. En juist bij jongeren is het zó belangrijk om er snel bij te zijn. Want dat begint met baldadigheid en vernielingen, maar voor je het weet gaat het van kwaad tot erger en gaan ze over tot diefstal en inbraak.’

Het handhaven van de 30-kilometer, met name op de wat grotere wegen in Colmschate Zuid, wordt niet door alle bewoners gewaardeerd. Hoe denkt u daarover?
‘Ik hoor op verjaardagen ook de boze verhalen van mensen die een bekeuring krijgen omdat ze net een paar kilometer te hard hebben gereden.  Maar als we met z’n allen hebben afgesproken dat we ergens 30 of 50 kilometer rijden, dan moeten we dat ook doen. En geen 33 of 53! Als je dan een bon krijgt, is die bon terecht, want dat hebben we democratisch zo beslist.’

Wat vindt u van de wijkaanpak?
Ik vind het een prima instituut. Laten de burgers zich maar horen! De politiek moet leren te luisteren naar wat bewoners  willen. De wijkaanpak doet serieus werk. In het wijkteam zitten betrokken bewoners die iets willen bereiken in hun wijk. Ik hoop dat we elkaar daarin kunnen vinden en dat we samen kunnen realiseren dat de afstand tussen de politie en de burgers kleiner wordt. En daar bedoel ik niet mee dat we altijd elkaars vriendjes moeten zijn. Wij moeten wel gewoon bekeuringen uitdelen als dat nodig is. Maar op het gebied van verkeersveiligheid, criminaliteit en het bestrijden van drugs- en jongerenoverlast zouden we (veel meer) elkaars partners moeten zijn!’

Hoe staat u in uw functie als teamchef?
Ik wil overal bij zijn. Het is míjn team en ik wil niet op afstand staan! Ik ben eigenlijk altijd wel mobiel bereikbaar. En ik verwacht dat ik gebeld word als er iets aan de hand is. Dat gaat wel eens ten koste van mijn gezinsleven, maar zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Ik ga ook mee bonnen schrijven, gewoon mee de straat op.’ Hij wijst naar buiten, naar de stoplichten op de kruising Holterweg-Storminkstraat en zegt lachend: ‘Op die kruising rijden nog veel fietsers door het rode licht. En dat kan natuurlijk niet: onder het toeziend oog van de teamchef! Daar moet ik echt wel wat aan doen!’

You may also like...

Reacties zijn gesloten.